Nagenoeg iedereen in Alphen kent Wim Segers (76), de geboren en getogen Alphenaar die in zijn ouderlijk huis aan de Oosterwijksestraat woont. Is het niet vanwege zijn grote verzameling landbouwwerktuigen in en om de oude woonboerderij, dan wel om de evenementen die hij samen met zijn familie op touw zette.

Ouderlijk huis
De boerderij waar Wim vandaag de dag woont, stamt nog uit de achttiende eeuw en is ingericht met voorwerpen uit het boerenleven van vroeger. Hier is Wim opgegroeid. Tijdens zijn huwelijk woonde hij in het huis ernaast. Na het overlijden van zijn ouders is hij weer in de boerderij komen wonen. “Ik heb mijn aard hier, ondanks dat het wat rommelig is”, vertelt hij. Wim groeide niet alleen op, het gezin Segers telde nog zes dochters en een zoon. “Dat vond ik vroeger zo oneerlijk; dat mijn zussen twee broers hadden en ik maar een.” Wie via de stal binnen komt, weet even niet waar hij moet kijken; oude landbouwwerktuigen, heiligenbeelden, babyspullen van weleer, oude boekjes en tijdschriften, videobanden, cassettebandjes en plakboeken. “Vrijwel alles heb ik gekregen en af en toe is er iets op bijvoorbeeld rommelmarkten gekocht. In een schriftje, bijgehouden vanaf het begin in 1989, staan alle aanwinsten genoteerd. In een ander boekje staan de reacties van bezoekers aan het boerderijmuseum. “Toen mijn vrouw Riet nog leefde, kwamen er vaak groepen om de boerderij te bezichtigen”, vertelt Wim. Met die ontvangsten is hij na haar overlijden gestopt. Dat is nu zo’n zestien jaar geleden. Hij mist haar nog elke dag. Dan haalt Wim een oud leesboekje tevoorschijn en draagt uit het hoofd een versje op dat hij vroeger als kind geleerd heeft:

‘In het land der blonde duinen
En niet heel ver van de zee,
Woonde eens een dwergenpaartje
En dat heette Piggelmee.
’t Waren heel, heel kleine mensjes
En ze woonden – vrees’lijk lot,
Want ze hadden heel geen huisje,
In een oude Keulse pot.’

Wim moet er zelf om lachen en laat ook zijn rapporten van de lagere school zien. Er prijken mooie cijfers op, zelfs negens en tienen voor schrijven. “Behalve voor gymnastiek, daar was ik niet zo goed in. Ik was maar een klein manneke en kon niet tegen de grote jongens op”, licht hij toe.

Hij gaat even koffie zetten in de keuken, of ‘môôs’ zoals hij het zelf noemt. Wim gaat aan de slag met een enorm apparaat. Gniffelend vertelt hij: “Dit stamt nog uit de tijd dat we grote groepen ontvingen. Het ding is kapot, maar met een stuk tuinslang eraan lukt het wel hoor.” De koffie smaakt prima. Eenmaal in de woonkamer is er ook genoeg te zien, de huiskamer hangt vol met familiefoto’s en overal staan antieke meubelstukken die de tand des tijds goed doorstaan hebben. De meeste spullen zijn van Wims ouders. Na hun overlijden zijn hun eigendommen achtergebleven in de boerderij. De jas van moeder hangt tot op de dag van vandaag nog aan de kapstok. In de bedstee ligt een antieke pop. “Daar komen de kleinkinderen graag mee spelen.” Wim geniet ervan, van al die familiestukken om hem heen. “Natuurlijk zijn de spullekes van ons pa en ons moeder netjes verdeeld onder alle kinderen, maar de meeste meubels zijn toch hier blijven staan.”

Lokale beroemdheid
In de schuur staat, naast boeken, kleding en prullaria, ook allerlei materiaal uit de oorlog; kisten, helmen, jassen, noem maar op. Sommige zijn door liefhebbers gebracht, maar de meeste oorlogsspullen zijn bij Wim achtergebleven na de opnames van de filmserie In het vuur van de storm. Vier jaar lang bivakkeerden cast en crew elk weekend in en om het huis van Wim. De complete serie duurt 7,5 uur. Wim: “Soms hadden ze maar twee minuten bruikbaar materiaal per dag.” Hij speelt zelf ook in de film. “Ik ben een boze boer”, vertelt hij lachend. In het vuur van de storm is een productie van regisseur en scenarioschrijver Raymond van Rijn. Het verhaal speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog. Het gaat over een onmogelijke liefde tussen de Nederlandse Volksduitser Hans Hallerbach en de joodse Vera Weinberg, gespeeld door Joris van den Burg en Sandra Dierx. De gebeurtenissen vinden vooral rondom Utrecht plaats. Maar als Vera zich aansluit bij een knokploeg in het verzet, verplaatst het verhaal zich ook naar een onderduikadres in Brabant en komt de boerderij aan de Oosterwijksestraat als locatie in beeld.  

Wim heeft de smaak te pakken, want in 2005 speelt hij de hoofdrol in een documentaire: De laatste skjokkeraar. Het ‘skjokkeren’, zo vertelt hij in de film, is een oud communicatiemiddel waarbij men elkaar tekens en signalen geeft. Met behulp van het lichaam, armen en handen kun je over een behoorlijke afstand een boodschap overbrengen. Deze gebarentaal werd ingegeven door praktisch inzicht: naar elkaar toe lopen over de akkers kostte immers veel meer tijd. Wim heeft de kunst in zijn jonge jaren van zijn ome Janus geleerd. Of het ‘skjokkeren’ ooit echt heeft bestaan, weet hij tegenwoordig niet meer zo zeker. “Misschien heb ik het wel zelf verzonnen”, bedenkt hij hardop. Hij wrijft eens over zijn pet. “Je moet er sowieso een beetje fantasie voor hebben.”

Op bedevaart
Legendarisch in Wims familie zijn de bedevaarttochten naar Scherpenheuvel. Hij houdt er zelf een uitgebreid knipselarchief en aantekeningboek over bij. Bovendien zit er ook veel in zijn hoofd opgeslagen. “Vanaf mijn tiende jaar ging ik mee op bedevaart naar Scherpenheuvel. Elk jaar, dat is de gewoonte binnen de familie. Ik heb één keer verzuimd; dat was het jaar dat onze zoon Johan geboren moest worden, toen kon ik ons Riet toch niet hoogzwanger alleen laten.”

De tocht van 120 kilometer heen en terug is al jaren de verantwoordelijkheid van Wim, en ondanks dat hij al voor de vijfenzestigste keer gaat, blijft dat spannend; Baarle-Nassau, Turnhout, Kasterlee, Geelpunt, Oosterloo, Veerle en Averbode. Dan overnachten, om op Pinksterzondag verder te lopen naar Scherpenheuvel. Na de mis en het gebed vertrekt het hele gezelschap weer. “Na de overnachting vertrekken we om 2 uur ’s nachts weer naar huis.” Vorig jaar is zijn kleinzoon voor het eerst mee op bedevaart geweest, zoals de traditie voorschrijft, op zijn tiende jaar.

“Ik ben geen heilige, hoor. Op bedevaart gaan naar Scherpenheuvel is voor mij het ontmoeten van vrienden, het hebben van gesprekken onderweg en ondertussen genieten van de natuur. Het is vooral gezellig.” De laatste jaren loopt hij niet meer, maar rijdt Wim met de huifkar mee. Dat is eigenlijk tegen zijn zin, want op bedevaart ga je te voet. “Ik heb speciale bedevaartschoenen. Die gaan op de dag van vertrek aan en niet meer uit totdat ik weer thuis ben. Ik slaap er zelfs mee.”

Boerendag
In 2008 krijgt Wim de lokale Belhameltrofee uitgereikt, omdat hij zich samen met zijn familie inzet voor het beleven en behouden van het Alphens erfgoed. De meest bekende activiteit is de jaarlijkse Boerendag. Hier wordt het zaaien, maaien en oogsten uit vroeger tijden gedemonstreerd. Nostalgie staat voorop. Er is elk jaar een thema, vorige editie was dat ‘Erpel, wè kunde’r ammol meej’. Het hele aardappelseizoen werd in beeld gebracht. Allereerst de akker bewerken: ploegen, kulteren, eggen met hand-, paarden- en tractorkracht. Dan het aardappels poten, met de hand, met behulp van de pootstok. Tot slot het sorteren, bewaren en verwerken van aardappels; van veevoer tot zakje chips. Dit jaar vindt de Boerendag plaats op zaterdag 10 augustus op het eigen terrein aan de Rielseweg in Alphen.
Meer info:
http://www.boerendagalphen.nl

Tekst: Hanneke Willemstein
Foto’s: Jan Stads

Dit verhaal verscheen in 200% CUBAG Editie 1 – Juni 2019

9 Replies to “Wereldberoemd in Alphen: Wim Segers”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.